De optelsom die alles verandert
Een paar jaar geleden was de keuze voor een elektrisch wagenpark voor veel ondernemers nog een twijfelgeval. De voertuigen waren duur, de laadinfrastructuur een investering en de terugverdientijd onzeker. Dat beeld klopt niet meer. De businesscase rond elektrisch rijden en laden is de afgelopen tijd flink verbeterd, en dat komt niet door één enkele ontwikkeling. Het is de optelsom van een aantal factoren die elkaar versterken.
In deze blog zet ik die factoren op een rij. Niet om je te overtuigen dat elektrisch altijd de beste keuze is, want dat hangt van jouw situatie af. Wel om te laten zien waarom het de moeite waard is om de rekensom opnieuw te maken.
Slim laden verlaagt je energiekosten
Elektrisch laden is niet simpelweg de literprijs inruilen voor een prijs die je betaalt per kWh. De echte winst zit in wanneer je laadt, waar je dat doet, en hoe je dat doet. De stroomprijs schommelt continu, en op sommige momenten is stroom goedkoop of zelfs negatief geprijsd, bijvoorbeeld als er veel zon en wind is en weinig vraag.
Met een slim laadsysteem dat meebeweegt met de energiemarkt laad je je voertuigen op de goedkoopste momenten. Dat drukt je energiekosten flink, en het maakt de terugverdientijd van je laadinfrastructuur korter.
ERE-certificaten: een vaak gemiste inkomstenbron
Wie elektriciteit gebruikt om voertuigen te laden, kan in aanmerking komen voor een vergoeding via verhandelbare certificaten, in de praktijk vaak ERE-certificaten genoemd. Per kWh die je inzet voor elektrisch vervoer bouw je waarde op die je kunt verzilveren.
Voor veel ondernemers is dit een blinde vlek. Ze laden hun voertuigen wel elektrisch, maar laten de bijbehorende vergoeding liggen omdat ze niet weten dat die er is of hoe je hem benut. Terwijl het, afhankelijk van je verbruik, een serieuze inkomstenbron kan zijn die de businesscase verder versterkt.
Fossiel rijden wordt structureel duurder
De prijs voor benzine is de afgelopen jaren al opgelopen, en die stijging is geen tijdelijke piek. Er komen meerdere maatregelen aan die de kosten per kilometer voor diesel en benzine verder opdrijven.
Om te beginnen geldt vanaf 1 juli 2026 een nieuwe vrachtwagenheffing in Nederland. Die vervangt het oude Eurovignet en rekent per gereden kilometer af, waarbij zwaardere en vervuilender voertuigen meer betalen. Voor veel transporteurs betekent dit een merkbare stijging van de kosten per kilometer.
Daarnaast komt er Europese CO2-beprijzing aan op fossiele brandstoffen, bekend als ETS2. Brandstofleveranciers moeten straks betalen voor de CO2-uitstoot van wat ze verkopen, en die kosten belanden uiteindelijk bij de eindgebruiker. De verwachting is dat een liter diesel daardoor enkele centen tot meer dan tien cent duurder wordt. En de overheid bouwt de accijnskorting op diesel stap voor stap af, wat de literprijs nog verder verhoogt.
De rode draad is duidelijk: fossiel rijden wordt de komende jaren stelselmatig duurder. En het belangrijkste detail voor de businesscase is dat de CO2-heffing niet geldt voor de stroom waarmee je een elektrisch voertuig laadt. Dat verschil wordt elk jaar groter.
Subsidies maken de investering lichter
De drempel om te investeren in laadinfrastructuur is op dit moment lager dan normaal, dankzij twee subsidieregelingen.
Met de SPRILA-regeling kun je als MKB'er tot 40 procent subsidie krijgen op de aanschaf en installatie van private laadinfrastructuur. Voor grote bedrijven is dat tot 20 procent. De regeling is nog tot het einde van 2026 open.
Daarnaast is er de Flex-e-regeling, die tot 50 procent vergoedt van een traject rond netcongestie en flexibiliteit. Die is beschikbaar tot oktober 2026. Vaak laten landelijke en regionale regelingen zich combineren, waardoor je voordeel groter is dan je op het eerste gezicht denkt.
De factoren samen bepalen het plaatje
Elk van deze ontwikkelingen verschuift de rekensom een beetje. Stijgende brandstofkosten aan de ene kant, lagere laadkosten door slim laden, extra inkomsten uit certificaten en subsidies aan de andere kant. Apart genomen maakt geen enkele factor het verschil. Samen kunnen ze een investering die vorig jaar nog niet uitkwam dit jaar wel rendabel maken.
En daar zit precies de uitdaging. Want al die variabelen lopen door elkaar heen, en netcongestie maakt het nog ingewikkelder: op veel plekken kun je beperkt worden in hoeveel stroom je mag afnemen of terugleveren, soms juist op de momenten dat het financieel het interessantst is. Of een investering in laadinfrastructuur of een batterij zich terugverdient, is daarom niet meer met een snelle rekensom te bepalen. Het vraagt om het doorrekenen van het complete plaatje, over de tijd heen en toegespitst op jouw situatie.
Laat het eerlijk doorrekenen
De vraag is allang niet meer óf elektrisch laden loont, maar hoeveel het in jouw geval oplevert. En dat antwoord verdient een onderbouwde berekening, geen onderbuikgevoel en geen verkooppraatje van een partij die ook de hardware wil leveren.
Ik werk volledig onafhankelijk. Ik verkoop geen laadpalen, batterijen of zonnepanelen, en heb dus geen enkel belang bij de uitkomst. Mijn enige doel is dat jij weet wat een investering werkelijk oplevert, voordat je hem doet.
Wil je weten wat elektrisch laden voor jouw bedrijf kan betekenen? Laat het doorrekenen. Onafhankelijk, voor een eerlijk verhaal.